Vietnam #5

Ik luister naar Ludovico Einaudi en kijk door de grijze wereld van mijn Oakley om mij heen. Dik, dun, groot, klein, wit, donker en ga zo maar door. Ik zie alle soorten mensen hier. De Engelsen haal ik er in een oogopslag uit: zo rood als mijn weekbaard of ook liefkozend de ‘lobsterbrigade’ genoemd. Eindelijk een stranddag, de eerste in 13 dagen vakantie. De scootertrip van zaterdag heeft mijn nek, benen en armen een kleur gegeven die ik hoopvol bruin noem. Nu de rest nog, dat is achtergesteld gebleven. De gedachten om in ontbloot bovenlijf te rijden en de Vietnamese mensheid mijn torso te tonen was een stap te ver. Naast het levend verbranden heb ik iets meer Crossfit uurtjes nodig voor mijn Baywatch lichaam. Een doel? Misschien een utopie maar een man mag dromen zolang het maar geen obsessie wordt. Dat laatste was het gezond eten, gewicht en veel sporten voor de vakantie wel te noemen. 4 weken Vietnam is lichamelijke en geestelijke rust maar ook zelfreflectie. Energetisch opladen voor de rest van het jaar. Op het strand liggen is ook stilte. Het verlicht je levenspad want door niet te spreken zie je duidelijker zei Mahatma Gandhi ooit wijs. Even niks hoeven zeggen, elkaar aan kijken en de glimlach is voldoende. Niks zeggen, stilte, is ook communiceren. Dat komende uit mijn mond klinkt uniek, aangezien ik altijd praat. In mijn psychologisch rapport in 2009 van de politie stond: ‘Tim is ruim van stof, het duurt even tot hij bij de kern komt’. Ook ik leer bij, elke dag, elke moment.

De expeditie naar Hoi An van zaterdag. Ik kan niet alles onder woorden brengen van wat ik gezien heb maar ik zal jullie meenemen in de dag. Het is zaterdag en rond 09:30 uur al ruim 30 graden. Via mijn beste vriend Tripadvisor zijn wij op een bedrijf gekomen welke alles verhuren waar een motor op of in past. Volgens de recensies, meer dan 500, een betrouwbaar bedrijf dus ik geef ze mijn vertrouwen. Ze zijn precies op tijd en er komt een gladde Vietnamese gozer binnen met een knappe witte glimlach. Hij schudt ons de hand en probeert het ons met enkele grapjes en zijn vlotte babbel naar het zin te pakken. Beide vallen we hier gewillig voor. De contracten over de voorwaarden zijn in de Vietnamese taal afgedrukt. Ik probeer het door te lezen maar ben na 2 woorden de draad alweer kwijt. Ons rijbewijs hoeft hij niet te zien, ‘niet nodig’. Ik accepteer het wetende hoe een hoop zaken in dit land geregeld zijn. Nadat de papieren rompslomp achter de rug is lopen wij naar onze flitsende bolides toe. Stefanie kiest voor de witte, ik krijg het zwarte apparaat. Onder de noemer ‘safety first’ krijgen wij nog iets om ons hoofd te beschermen. Hier noemen ze het een helm, in Nederland is er geen passend woord voor. Bij een zoektocht naar het ECE 22.05 keurmerk kom ik bedrogen uit. Het ‘dopje’ past zelfs op mijn hoofd, alleen mijn konijnenoortjes zitten wel dubbel. Ach, het is maar voor 7-8 uurtjes in de brandende zon. En dan de kleding.. korte broek, een polo en dichte schoenen. Iets met veiligheid voorop? Een ding is zeker, een aanraking met het asfalt en Tim heeft auw en een rode kleur. Onze bagage wordt door de locals naar het volgende hotel gebracht zodat wij ongestoord te werk kunnen gaan. Off we go.

Rijden in het verkeer van Vietnam is net als rijden in een gemiddelde stad in Italië, Portugal of Spanje. Mijn vader leerde mij al jong dat je mee moet rijden met het verkeer en je aan moet passen aan de rijstijl van de omgeving. Taxiritjes door de nauwe straatjes van Faro of ordinair rallyrijden over de snelweg van Sevilla zoals de reeds wijlen Colin McCrae kon staan mij op het netvlies gebrand. Verkeer, Vietnam, juist, een reis van 160 kilometer over de snelweg met de scooter. Voor Vietnamese begrippen is dit een scooter, in Nederland gewoon een motor. Deze ‘snelweg’ is meer een weg zoals de Anne Vondelingweg, maar dan met gaten, zand, steentjes en de meest gevaarlijke factor de Vietnamees. De start vanaf het hotel verloopt soepeltjes, en dan de grote weg op. De eerste stop, een verkeerslicht, is gelijk spannend. Naast het verkeerslicht hangt een tijdsindicatie hoe lang je nog moet wachten. Dat is handig, want met nog 5 seconden te gaan begint iedereen gewoon te rijden. Rood licht is niet de verplichting om te stoppen in Vietnam, het is een keuze. Wanneer wij staan te wachten jakkert er elke keer weer een waaghals met hoge snelheid door het rode verkeerslicht. Potentiële, jonge orgaandonoren zeg maar. Enfin, dan springt het verkeerslicht op groen, voor het gas geven eerst kijken wie er uit andere richtingen door rood rijden en dan gas geven. Alle verkeerslichten springen nagenoeg gelijk op groen. Dan ontmoet iedereen elkaar in het midden en vecht volgens de wet van ‘wie heeft de grootste en het meeste lef’ uit wie er eerst mag. Ook de cursus boos kijken is door menig Vietnamees succesvol afgerond. En dan de claxon, ter afwending van direct gevaar. Agree? Hier niet. De claxon wordt hier gebruikt met 3 redenen te weten: 1 maal claxonneren, ik kom eraan, 2 maal, ik ga je nu inhalen, en gedurende langere tijd, rot op ik wil er langs. Ook claxonneren om onduidelijke redenen bij het verkeerslicht behoort tot de opties. Ik doe vrolijk mee en claxonneer op elk loos moment. Bij het verkeerslicht doe ik het zo vaak dat een Vietnamees met mondkap voor mij omkijkt. Hmm.. dat was iets te lang denk ik.

Onderweg van Hue naar Hoi An rijdt het heerlijk door. De scooter op de handcruisecontrol van 60 houden en gas op die lolly. Overigens rijden we op deze zogenaamde snelweg samen met vrachtauto’s, bussen, personenauto’s, motoren, fietsers, lopende kinderen, honden, katten en koeien. Gelukkig is het 4-baans dus plenty of space. In het Vietnamese verkeer doe ik alles wat god verboden heeft tijdens mijn rijexamen. Rechts inhalen, bumper kleven, te hard rijden en zelfs een keer filmen met de Go Pro. Een artikel 5 Wegenverkeerswet was op zijn plaats geweest maar alleen op deze manier wurm ik mij door het verkeer naar Hoi An. OK, behalve dan dat van die Go Pro. Enkele bijna doodervaringen lonken maar met het nodige kunst en vliegwerk gaat het goed. Een vrachtauto keert op het laatst op de snelweg, een groep jeugd rijdt tegen het verkeer in maar ook een fruitmarkt midden op de snelweg is heel normaal. En dan heb je nog die helden op een motor, korte broek en slippers. Het reeds ontbrekende verstand op 0 en slingerend gaan door het verkeer om luttele seconden eerder thuis te zijn bij de noodles van mama. De held van de dag rijdt tussen het nauwe gaatje van 2 trucks door en wordt bijna meegezogen door een windvlaag. Stoer, met de hand in de lucht rijdt hij nonchalant door. Ik glimlach maar vind het eigenlijk best onnozel. In de kleine stadjes welke wij doorkruisen komen we ‘boeren’ tegen met de catch of the day. Een boer heeft een levende slang bij zijn strotkoker beet. De dier poogt wanhopig zichzelf te redden. Hij weet dat hij opgesneden gaat worden. Het is hier ‘normaal’ om slang te eten en het bloed te drinken. Men zegt dat het bloed je groot en sterk maakt. Die eerste moet een fabel zijn met een gemiddelde lengte van 166 cm. Bij een andere boer bungelen er kadavers van kippen achter de trekhaak. Wie weet wel mijn ‘chickencurry’ vanavond. In de middenberm staan koeien en bizons los te grazen, sommige lopen de snelweg op maar het deert niemand. Iedereen heeft recht op leefruimte, ook dieren. Ondertussen loopt de temperatuur flink op richting de 37 graden. Ik zweet als een otter maar drink voldoende. De tussenstops zijn bij locals zijn leuk. Verfrissend gesealde flesje water opdrinken midden in de woonkamer. Ze spreken geen woord Engels tot er betaald moet worden. Dan breken ze als een kind van 19 maanden uit in vol zinnen. Ach wat maakt het uit, alles kost een derde van wat wij in Nederland betalen. Ik weet dat ze mij proberen af te zetten, dat is al voldoende die wetenschap. Nouja.. behalve die gelukszoeker die ons wilde laten zwemmen bij een prachtige waterval nabij zijn woning. Gretig happen wij tot hij ons 8 euro per persoon vraagt. Uuh? Is dit water door Paus Franciscus heilig verklaard? Nee, niet? Dan passen we. Terug naar de Hoi An expeditie. Halverwege de tocht komen we bij het stuk waar we de trip van origine voor boekten: de Hai van Pass.

Jeremy Clarkson en co. van Top Gear hebben deze 21 kilometer lange route ooit gereden en uitgeroepen tot 1 van de mooiste kustwegen wereldwijd. Meer dan terecht wat ons betreft, wauw! Haarspeldbochten, 10% omhoog, en 8% naar beneden, niks is te gek voor deze Pass. Na een bocht volgt een spoorwegovergang waar een man in een polo en korte broek het verkeer tegenhoudt. Hij is amper zichtbaar maar ik denk dat hij verkeersregelaar van beroep is. Voor de vorm trekt hij een lange stok over de weg zodat we niet doorrijden en de trein dendert zonder snelheid te verminderen door. De volgende bocht is onoverzichtelijk maar er wordt aan gewerkt zie ik. 2 dik bepakte mannen staan met een pot verf enkele lijnen te trekken en stenen wit te verven. Waar Nederland teveel verkeersborden- en tekens heeft, mag men in Vietnam hier wel eens mee beginnen. ‘Alles staat wel aangegeven’ hoor ik regelmatig maar achteraf alleen als ik Vietnamees kan lezen. Het hoogste punt van de Pass is prachtig. Dit vinden wij en nog 1000 anderen. Het krioelt hier van de Chinezen, Russen en Duitsers. Een paar selfies is voldoende en we kunnen door bergafwaarts. Deze dodemansrit naar onderen bestond uit het ontwijken van koeien, geiten, honden, toeristen, bussen en stenen. Vroeger was er een spelletje op de computer Carmageddon waar je tegen dingen aan moest rijden voor punten. Ik was tot keizer gekroond als ik dit alles had geraakt. Het kan gewoon hier, welkom in Vietnam. De koeien op de weg blijven rustig staan zonder zich druk te maken en de toerist die een foto maakt kan zich niet bekommeren om het verkeer om zich heen voor dat ene gouden kiekje. 14 dagen Vietnam en ik ben nergens meer verbaasd over.

En dan Hoi An, eindelijk! Bij het zien van de skyline van Hoi An was de interne batterij leeg. 160 kilometer ontwijken, hyperscherp zijn en 37 graden vergt wat van deze rooie. Het gevaar is groter dan ooit want je wordt nonchalanter. En dan begint de hel: spitsuur, kut. Alle Hoi Anners besluiten gelijktijdig richting de fried rice en springrolls te gaan. De toegangswegen richting de stad worden smaller, het verkeer drukker en gekker. Wij moeten zoeken met de GPS. Niet handig na een lange dag. Mijn lontje heeft op dat moment de lengte van een strijkerkop. Geen dus. Gelukkig heb ik een vriendin met richtingsgevoel en het vermogen mijn humeur te weerstaan. Ik kan een ‘pain in the ass’ zijn als ik moe ben, Stefanie wanneer ze honger heeft. Zie je het voor je? Steef hongerig, ik moe. Pfff.. Ik vind mezelf gecompliceerd en soms lastig om mee te leven, laat staan wat Steef soms te verduren heeft. Ik vind het knap maar prijs mij ook gelukkig en dankbaar met deze vriendin. Maar nu wil ik douchen, eten en slapen. Ik lijk wel een klein kind die gelijk zijn zin wil. En dan zijn we er, helmdingetje af en die scootert op zijn standaard. Uit pure blijdschap maken we een selfie. De foto spreekt boekdelen. Ik herken mezelf aan de grootte van mijn hoofd maar verder? Ik ben zwart van de uitlaatgassen en andere viezigheid. Ik hoest en mijn kleren stinken. Ik begrijp na deze rit waarom men zich hier beschermt met een kap. Wanneer ik de douchestralen voel in ons hotel, kijk ik naar onderen. Ik zie dat het water, afkomstig van mijn lichaam, zwart is. Mijn longen zullen vandaag de kleur van een kettingroker hebben, ongetwijfeld.

En dan Hoi An, zucht, ik ben verliefd, verknocht en verkocht. Ken je dat gevoel dat je zo verliefd dat je amper kunt eten, slapen of functioneren? Nouja, ik overdrijf nu, maar toch zeker 30% van dat gevoel roept Hoi An over mij af. Een vreemde eend in de bijt ten opzichte van de andere Vietnamese steden. Hoi An heeft een spectrum aan prachtige hotels en stranden maar ook een oude stad waar een ieder zijn vingers bij af kan likken. De stad staat op de Unesco Werelderfgoedlijst. Nu klink ik super wijs maar dit las ik ook pas in de folder van het hotel hoor. Dat zal een financiële injectie hebben gegeven want je ziet dat de binnenstad goed onderhouden is. Ik voel mij thuis, heb een verhoogde hartslag, het is net zoals mijn stad Leeuwarden. I love it. Het eten is heerlijk maar anders. Naarmate we zuidelijker komen valt op dat de keuken zoeter wordt. Dit wordt bevestigd door de eigenaar van ons hotel. Behalve de ‘sweet and spicy’ hoofdmaaltijd die Stefanie koos. Die was voornamelijk spicy zichtbaar aan de kleur van haar gezicht. Tomaatrode Stefanie. We brengen onze dagen door op het strand. Een fietstocht van 5,7 kilometer brengt ons bij deze blauw, witte met palmboom gehulde vlakte. Althans, 5,7 kilometer als je de goede richting kiest. De eerste tocht op de fiets duurde 53 minuten en 10 kilometer. Nadat we bij een Vietnamees gezin de woning in fietsten en het zweet mij over de rug gutste bracht de offline versie van Maps.me uitkomst. Een handige, gratis app voor de wereldreiziger. De app is net als mijn linkerbeen niet 100% nauwkeurig maar je komt in de goede richting. O ja het vervoersmiddel: fiets? Deze Aziatische Gazelle is van kinderformaat, gemaakt voor mensen van 166 cm oftewel de Vietnamees. Het zadel staat op de hoogste stand en nog lijkt het alsof 2 volwassen op een kinderfiets zitten. Gelukkig is het zadel bikkelhard, gemaakt voor mijn goed getrainde derrière. Ons ‘fietspad’ is feitelijk een 50 kilometer weg. De weg is prachtig. Tussen de rijstvelden en de kreeftenkwekerijen door prijkt trots op elke woning de rode vlag met gele ster. De nationale vlag van Vietnam. De Vietnamees is trots op haar land, en terecht want het heeft zoveel mogelijkheden. Net zoals in alle andere steden is de grens tussen rijkdom en armoede zichtbaar. Grote, goed onderhouden villa’s staan pal naast kleine, open, krakkemikkige hutjes met een bed erin. Een vrouw zwaait en lacht naar ons. Ik zie nog 2 tanden in haar mond, geel van kleur. Ze geniet van haar oude dag samen met enkele honden, althans zo lijkt het. Opvallend is dat iedereen hier vraagt waar wij vandaan komen. De mens, de Hoi Anner, is geïnteresseerd. En dan Hoi An ‘by night’, formidabel. Een stad die verlicht wordt door duizenden lampionnetjes. Groot, klein, rond, ovaal in welke kleur je maar wil. We zijn niet de enige toerist, ik tref en hoor meer dan 20 verschillende klanken en zie meerdere kleurtjes. Ik tref zelfs een Antilliaans stel. Dat was even wennen na 14 dagen Aziaten. Ik voel mij gelijk weer thuis en denk met warme gevoelens aan Leeuwarden. Hoi An is ook de stad van de ’tailor’. Voor minder dan 200 euro kan ik een pak op maat laten maken van het knapste materiaal. Ik twijfel, maar doe het niet. Niet praktisch tijdens het backpacken. Lieve lezer, mocht u besluiten om Vietnam te bezoeken dan is Hoi An een must. Niet alleen Hoi An maar heel Vietnam lijkt de magische factor van verbinden te hebben. We hebben veel mensen mogen ontmoeten, ieder met een eigen kijk op het leven. De laatste avond sturen wij 2 wens bootjes het water op. Van een oude, arme, kleine vrouw kopen wij een bakje met een kaars erin. Ze vraagt omgerekend nog geen 80 eurocent. Wij geven haar wat extra’s waar ze zichtbaar gelukkig mee is. Ze wil graag met ons op de foto. Daarna de kaarsjes loslaten. Doel is om het minibootje de grote, wijde wereld insturen hetgeen een romantisch effect geeft. Bij het loslaten doe ik wens, hopende dat deze ooit mag uitkomen.

De koppeling naar mijn werk is dat er opvallend veel zwart op straat is. Hiermee doel ik op de uniform kleur van de politie. Motoragenten draaien hier duosurveillance op 1 motor allebei zonder passende motorkleding. Het oogt komisch als een film van Police Academy goes Vietnam. Wanneer je de heren in het publiek domein ziet wandelen zijn het maar mugjes. De langste komt net tot mijn linkertepel maar heeft een blik in zijn ogen waar je u tegen zegt. Aan de achterzijde, op schouderblad hoogte, prijkt een grote bus. Dit moet pepperspray zijn maar dan in melkpak formaat. Ook hebben ze een opvallend grote wapenstok met een elektrische karakter als ik mij niet vergis. Het oogt allemaal wat sloom maar hier zal de politie een minder sociaal karakter hebben. Ik vermoed eerst slaan, dan Vietnamees praten en uiteindelijk Engels. Bij oogcontact met 1 van de mugjes knik ik netjes en zet ik mijn strakke, emotieloze Jerney Kaagman blik op. Ik krijg dezelfde Aziatische blik terug.

Onze volgende bestemming is meer de binnenlanden in op hoogte. Deze stad luistert naar de naam Dalat, de stad van de bloemen. Hier gaan we weer de bergen in en de kuiten en bovenbenen kietelen. Hoi An verlaten doet pijn. Het voelt als het moeten verlaten van een platonische vakantieliefde. Nog een frisse duik in het zwembad en dan tweemaal een korte vlucht met als eindbestemming Dalat. Op de muur naast ons bed loopt een 20 centimeter grote tokeh. Dit is een hagedis behorende tot de gekko familie. Als ik dichterbij kom, rent het kleine schepsel naar ons bed en gaat erachter verstoppertje spelen. Gezellig, al denkt Stefanie daar anders over. Wanneer we in slaap vallen worden we een aantal maal ruw gewekt door een schel, piepend geluid. Een zoekslag op Google vertelde ons dat dit zijn manier was om het territorium af te bakenen. Om 02:00 uur? Pff.. bij het openen van mijn ogen zit hij weer tegenover ons op de muur. Een poging om hem richting de eeuwige jachtvelden te sturen mislukt. Verstopt achter onze kledingkast begint hij weer te piepen en kraken. Ik heb het gevoel dat hij mij uitdaagt. Ik pas, choose your battle, niet dit gevecht. De nacht is kort, elke nacht overigens, mede door een Amerikaans-Vietnamees gezin met kinderen welke alleen op 123 decibel kunnen kwebbelen vanaf 06:30 uur. De ouders doen hun best maar maken pedagogische onverantwoorde keuzes waardoor de kinderen vrij spel hebben. Er blijft weinig over van rustig ontbijten en wakker worden. Thank god for the beach.

En dan dit: als je tijd hebt luister dan naar het nummer ‘Experience’ van Ludovico Einaudi. Geen tijd hebben kan niet, het heeft altijd te maken met de keuze die je maakt. Als ik mijn ogen sluit, en goed luister denk ik dat in dit nummer, in 5 minuut en 15 seconden, het leven voorbij komt vrij vertaald met de piano als instrument. De andere hoorbare instrumenten vormen de ups- en downs. Muziek, Einaudi, raakt mij als mens en geeft de extra bevestiging dat ik mag voelen. Kijkende en luisterende naar de zee voel ik de zon met Vietnamese index 12 branden van geluk. De palmbomen en het witte strand ondersteunen en vullen dit gevoel. Een wijze vriend leerde mij de prachtige woorden: ‘wanneer jij jezelf meebrengt, is het overal leuk’. Geef je eigen draai aan Experience, aan het gezegde maar ook aan het leven. Luister en kijk met je hart, alles komt goed, niet alleen vandaag, maar de rest van je mensenleven.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.