Blog – Rondreis Azië 2 #5 – Nepal

Creatief met valuta

Vanaf Mauritius zijn er geen rechtstreekse vluchten naar Nepal, dus heb ik gekozen voor een tussenlanding van een dag in Bangalore, India. Vanuit het vliegtuig doemden de enorme bergtoppen al op, waaronder de Mount Everest. Wat ongelooflijk gaaf om de hoogste berg ter wereld met eigen ogen te bewonderen.

In India aangekomen bleken mijn beide pinpassen en mijn creditcard niet te werken. Ik had nog een briefje van tien euro; daarmee heb ik de taxichauffeur betaald. Ik had al een flinke tijd niets gegeten, dus aangekomen in mijn hotel had ik enorme honger. Uiteindelijk heb ik geld geleend van een meisje uit het hotel en haar terugbetaald met dirhams uit Dubai – voor haar een uitstekende deal. Na 25 pogingen lukte het eindelijk om het hotel te betalen. Op naar het vliegveld: let’s go to Kathmandu!

Paniek op de rivier

Na enkele dagen in Kathmandu ben ik samen met een andere Nederlandse reiziger met de bus naar het zuiden van Nepal afgereisd, dicht bij de grens met India. Hier ligt Chitwan National Park: een gigantisch natuurpark, bekend om de neushoorns, Bengaalse tijgers, krokodillen, apen en olifanten.

Ik voelde me al wat wiebelig en op het moment dat wij een jungletour zouden maken om dieren te spotten, kreeg ik een flinke paniekaanval. De boot waarop we zaten was nog niet vertrokken; ik ben holderdebolder de boot afgerend en direct naar de wc gegaan. Details zal ik je besparen. Vervolgens heb ik een tuktuk gepakt en ben ik in het hotel meteen in bed gedoken. Morgen weer een dag.

Moet je eens neushoorn

De volgende dag voelde ik me gelukkig een stuk beter. Ik besloot een flinke wandeling te maken. Uiteindelijk kwam ik uit bij het punt waar ik de dag ervoor zou vertrekken. Ik baalde enorm van de situatie, maar zo gaat het soms.

Net toen ik terug wilde lopen naar het hotel, hoorde ik dat er krokodillen te zien waren. Ik liep snel naar het uitzichtpunt en tot mijn grote blijdschap zag ik niet alleen tientallen krokodillen chillen langs de rivier, maar ook een enorme neushoorn. Het machtige dier nam rustig de tijd, liep langs de waterkant en besloot vervolgens de rivier over te steken. Wat een bijzonder moment om dit in het wild te aanschouwen. Geen tour gedaan, wel een neushoorn gezien. Wat een geluk!

Pokhara en paragliden

In de bus naar de meer noordelijk gelegen stad Pokhara leerde ik de Britse Basil kennen, met wie ik nu – een maand later – nog steeds optrek. In Pokhara had ik al snel een soort vriendengroepje gevormd. Met vijf jongens huurden we een scooter en maakten we een korte tour door de bergen. We bezochten boeddhistische tempels en hadden ontzettend veel lol.

De dag erna besloot een van hen te gaan paragliden. I’m in! Wat was dat ontzettend gaaf. Vooral de acrobatische manoeuvres waren fantastisch. Dit had ik voor geen goud willen missen.

50K door de Himalaya

Je kunt eigenlijk niet naar Nepal zonder een zogenaamde trek te doen. Ik koos voor de Poon Hill-trek: een gemiddeld zware tocht van zo’n vier dagen en 50 kilometer. Wat ik mij niet had gerealiseerd, was het aantal traptreden omhoog en omlaag – zo’n 25.000 stuks.

Samen met drie Britten, onze gids en een sherpa – een jongen die onze spullen droeg – sjokten we vier dagen door de bergen. Krankzinnige uitzichten, apen langs het pad, rondcirkelende adelaars en steenkoude gasthuizen. Wat een trip. ’s Avonds aten we lokaal, warmden we ons bij het vuur en speelden we kaartspelletjes.

Uiteindelijk bereikten we Poon Hill op zo’n 3.200 meter hoogte, precies op de sneeuwgrens.

Gelukkig lag er geen sneeuw, want ik deed de hele trek op mijn Nikes. Nieuwe bergschoenen kopen en zonder ze in te lopen 50 kilometer door de bergen wandelen leek me geen goed idee. Uiteindelijk bleek het de beste keuze ooit: geen blaar te bekennen. Wel spierpijn. Erg. Veel. Spierpijn.

Namasté en dhanyabād

Wat opvalt in Nepal is de vriendelijkheid van de mensen. Iedereen vraagt waar je vandaan komt, hoe lang je blijft en wat je van Nepal vindt. Vooral jonge mensen willen met me op de foto en voegen me direct toe op Instagram.

Ik heb geen enkele nare ervaring gehad met de Nepalezen en vind hun levenshouding fijn en inspirerend. Wat me wel stoort, is het afval in de natuur. Werkelijk overal liggen plastic verpakkingen, flessen en andere troep. Dit afval wordt niet door toeristen achtergelaten, maar door de lokale bevolking zelf. Rivieren zijn ronduit ranzig – zo vervuild dat het water uit de Himalaya niet eens te drinken is. De rivieren stromen richting India; ik hoef je niet te vertellen hoe het er daar aan toegaat.

Nepalees eten

Dal bhat is het nationale gerecht van Nepal, bestaande uit rijst, linzensoep, groentecurry en papadum. Werkelijk overal – tot in de verste uithoeken en op de hoogste bergtoppen – is dit gerecht verkrijgbaar. Locals eten het dan ook meerdere keren per dag. Zelf ben ik meer fan van momo’s: dumplings gevuld met vlees (kip of buffel) of groenten. De pittige dipsaus achar maakt het lekker spicy.

Eten is enorm goedkoop in Nepal – misschien wel het goedkoopste land waar ik ooit ben geweest. Zelfs als een gerecht flink aan de prijs is, kost het omgerekend meestal nog geen tien euro. Sowieso is Nepal spotgoedkoop. Ik heb dan ook flink wat souvenirs en kleding gekocht. Dat verstuur ik allemaal in een pakket naar Nederland. Het verzenden is duurder dan de inhoud zelf, dat is dan wel weer jammer.

Levensgevaarlijk leuk

Richting Mount Everest – dat was het plan. Basil en ik huurden een motor en een scooter om vier dagen door de bergen te rijden. Omdat ik geen ervaring heb met motorrijden, koos ik voor de krachtigste scooter die beschikbaar was.

In twee dagen reden we naar ‘het Zwitserland van Nepal’: het dorpje Kuri, op 3.365 meter hoogte. De wegen in Nepal zijn op z’n zachtst gezegd niet in topconditie. De laatste kilometers waren echt afzien: steil omhoog, vol kuilen en gaten. Ik weet vrij zeker dat door alle trillingen mijn organen weer op fabrieksinstellingen zijn gezet. We overnachtten in een guesthouse. Verwacht geen luxe; het voelde alsof we honderd jaar terug in de tijd waren gereisd. Gelukkig hadden de bedden elektrische dekens – geen overbodige luxe.

De gevaarlijkste wegen ter wereld

De terugweg – zo’n vijf tot zeven uur rijden – besloten we in één dag te doen. De eerste kilometers waren verschrikkelijk, later gelukkig geasfalteerd. Langs de weg zagen we regelmatig gecrashte en uitgebrande bussen, auto’s en motoren. Vrachtwagens die grind vervoeren (en verliezen), rechts inhalen terwijl je door even te toeteren aangeeft dat je zelf wilt inhalen, diepe kuilen ontwijken en gaten in vangrails passeren van eerder gecrashte voertuigen. Dit is hardcore.

Na uren rijden door bergen, over snelwegen, door groene valleien, langs steengroeven en rivierbeddingen kwamen we aan in Kathmandu. Nog anderhalf uur rijden tot ons hostel. Links inhalen, rechts inhalen en ingehaald worden, fietsers op de snelweg, auto’s, vrachtwagens en miljoenen scooters. Met één AirPod in en keiharde techno reden we tijdens de spits door Kathmandu. Dit was GTA in real life – maar dan zonder extra levens. ’s Avonds leverden we moe, maar ongelooflijk trots en opgelucht, onze racemonsters weer in bij de verhuur. Dit waren misschien wel de gevaarlijkste en meest intense dagen van mijn leven. Maar ik heb genoten. En ik leef nog. Dat is ook wat waard.

Never Ending Peace And Love (NEPAL)

Vandaag ben ik 84 dagen op reis en over drie dagen verlaat ik Nepal. Ik ben hier ruim twee keer zo lang gebleven als gepland, maar dat is helemaal niet erg. Maar, de reis gaat door!

Woensdag vlieg ik in een kleine vijf uur naar de hoofdstad van Maleisië: Kuala Lumpur. In 2017 bezocht ik al eerder deze wereldstad, eens kijken of ze me nog herkennen. De eerste dagen ga ik heerlijk genieten van het zwembad op het dak van mijn hotel. Daarna heb ik nog vier dagen om te shoppen, want dat is tijdverdrijf nummer één in Kuala Lumpur.

De laatste dag in Nepal, een indrukwekkende afsluiting.

Je kent die beelden wel van crematies langs de Ganges in India. Hier in Nepal gebeurt hetzelfde, langs dezelfde heilige rivier. Bij de Pashupatinath-tempel (gebouwd rond het jaar 500) worden lichamen eerst ‘gereinigd’ op een schuine steen aan de oever van de rivier.

De brancard waarop het lichaam lag bleek wat glibberig, want ik zag het lichaam eraf glijden en op de stenen trappen terechtkomen. Niet grappig natuurlijk — maar wel een beetje.

Daarna werd het lichaam naar de crematieplaats gedragen. Op een grote stapel hout en stro werd het neergelegd en vervolgens in brand gestoken. Het vuur nam het langzaam over. Na enkele uren wordt alles in de rivier geveegd.

Ik heb zo’n vijf crematies mogen aanschouwen. Ik vond het een prachtige, pure manier van afscheid nemen.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Copyright © 2021 Irene op reis.
Scroll naar boven