Blog – Rondreis Azië 2 #3 – Madagaskar

Big African Island

Waar moet ik beginnen? Laat ik beginnen met wat globale feiten over dit enorme eiland. Madagaskar ligt voor de oostkust van Afrika en is het op drie na grootste eiland ter wereld. Het land is veertien keer zo groot als Nederland en telt zo’n 32 miljoen inwoners. Omdat het land tot 1960 werd gekoloniseerd door de Fransen, spreken de meeste mensen Malagasy en Frans. Daarnaast worden er maar liefst 18 regionale dialecten gesproken.

Het binnenland, waar ook de hoofdstad Antananarivo (Tana) ligt, is beduidend koeler dan de kuststreken; dit kan zomaar 10°C schelen. Mijn vriend Berry woont en werkt sinds een half jaar in Tana. Het is duidelijk dat hij verliefd is geworden op Madagaskar, en samen maakten we een onvergetelijke trip door zijn nieuwe thuisland.

Antananarivo

De eerste dagen in de hoofdstad voelde ik me niet veilig op straat. Al die mensen die me aanstaarden, de chaos, de hartverscheurende armoede, de vuiligheid. Maar dat gevoel verdween grotendeels zodra we buiten de stad kwamen. Wat zijn de Malagasy ongelooflijk lieve mensen! Ze zouden hun laatste beetje rijst nog weggeven. Met mijn westerse blik zie ik veel dingen die écht zouden moeten veranderen, maar in Rome, do as the Romans do — dus aanpassen maar.

Arm, armer, armst

Ik val maar meteen met de deur in huis: Madagaskar is een krankzinnig arm land. Ongeveer 93% van de bevolking leeft in extreme armoede. Het gemiddelde inkomen ligt rond de €1 à €2 per dag (ongeveer €500 per jaar) en het land staat in de top 10 van armste landen ter wereld. Het land kent helaas ook veel ziektes, zoals malaria, hepatitis A, hondsdolheid en de pest. Ja, je leest het goed, de pest. Al deze ziektes zijn in Nederland vrijwel uitgeroeid of te voorkomen met een simpele vaccinatie.

De meeste mensen hebben geen stromend water, geen elektriciteit en eten voornamelijk rijst en fruit. In het zuiden sterven vier op de tien kinderen. Het is zó hartverscheurend dat kinderen vaak de eerste twee weken van hun leven geen naam krijgen, zodat ouders zich — uit zelfbescherming — minder hechten.

Hobbeldebobbel

Slechts een paar procent van de bevolking heeft een eigen auto. Vervoer gaat voornamelijk te voet of per taxi-bruss: overvolle busjes waarin men achterin springt terwijl ze nog rijden. De wegen zijn het slechtste dat ik in al mijn jaren reizen heb gezien. Om de zoveel kilometer ligt er soms een redelijk stuk gesubsidieerd asfalt, maar het overgrote deel bestaat uit enorme kuilen, waterplassen en blubber. Van noord naar zuid kost je dan ook minstens 70 uren rijden, en dit voor maar 1500 km.

Waag het niet zonder terreinwagen

Voor onze rondreis van negen dagen — dwars door Madagaskar — huurden we een privéchauffeur met een 4×4. Dit is absoluut geen luxe, maar noodzaak. Zonder terreinwagen kom je hier simpelweg niet ver. Iemand bij je hebben die de taal spreekt, is bovendien ontzettend prettig.

Daarbij word je minder snel staande gehouden bij politie-roadblocks, en áls dat gebeurt, weet onze chauffeur Ando ons er meestal snel doorheen te praten.

Vazaha

Ik kan niet anders zeggen dan dat de Malagasy ongelooflijk vriendelijk, gastvrij en nieuwsgierig zijn. Buiten de grote steden zien mensen niet dagelijks witte reizigers. We worden dan ook overal aangekeken door grote, mooie, bruine ogen. Zodra je glimlacht of zwaait, krijg je zonder uitzondering een groet en een brede glimlach terug.

Wij — witte mensen — worden hier vazaha genoemd. Dit is absoluut geen scheldwoord, maar een constatering. Kinderen wijzen je na en roepen lachend “VAZAHA!”, waarop wij terugwijzen en “MALAGASY!” roepen. Soms ontroeren dit soort momenten me enorm, juist omdat het zó anders is dan ons leven in Nederland. Ik huil vrijwel nooit, maar zo nu en dan biggelen de tranen me hier toch over de wangen.

White Savior Complex

Wat kun je doen tegen armoede tijdens het reizen? Niet veel, maar begin eens met het geven van een fatsoenlijke westerse fooi. Van westerlingen die jaren in bijvoorbeeld India wonen en trots verkondigen dat ze van €3 per dag leven, word ik misselijk.

Het is soms lastig om de balans te vinden tussen iemand helpen en het witte-redder-complex. Wij kochten in de — relatief rijke — hoofdstad schriften, pennen, snoep en water om uit te delen. Kinderen rennen mee met de auto en zijn intens blij met een snoepje. Beeld je dat eens in, in Nederland. Dit land zet je leven keihard in perspectief.

Wonderschone natuur

Hoewel we slechts een fractie van de natuur hebben gezien, wil ik er toch iets over zeggen. Het overgrote deel van het oerwoud dat Madagaskar ooit bedekte, is gekapt voor hout en landbouw. Desondanks zijn de groene rijstvelden, honderden kilometers stranden en glooiende heuvels ronduit paradijselijk. Omdat we ruim 1.200 kilometer hebben gereden, zagen we het landschap veranderen van groene jungle met halfapen naar dorre steppes en witte stranden. Veel plant- en diersoorten die we tegenkwamen, bestaan alleen op Madagaskar.

Puur, arm, maar kleurrijk

Het leven op Madagaskar is rauw, chaotisch en kleurrijk. In zeventien dagen heb ik niemand horen schreeuwen, geen opstootjes gezien en ik vind de mensen bewonderenswaardig positief. Het leven is hier puur — ondanks, of misschien wel dankzij, de armoede. Er zijn slechts een handjevol grote supermarkten, pompstations en winkels. Mensen kopen vrijwel alles op de markt of langs de weg. Als je weet waar je moet zijn, is bijna alles te krijgen — mits je geld hebt. Er is één fastfoodrestaurant (KFC) in heel Madagaskar, alleen toegankelijk voor de allerrijksten.

De inwoners zijn ongelooflijk vindingrijk: werkelijk alles is handgemaakt. Blikjes worden omgesmolten tot bestek en pannen, huizen worden gemaakt van hout en stro en vervoer gaat vaak met de zebu-kar (een soort koe). Er ligt dan ook opvallend weinig afval langs de weg — iets wat in veel andere landen helaas anders is.

Mora mora!

Ik hoop dat ik de Malagasy een piepklein beetje heb kunnen helpen, door veel te veel souvenirs te kopen en elke dag met een open blik te beginnen. Ik probeerde deze reisblog kort en bondig te houden, maar we hebben in amper drie weken zóveel meegemaakt dat het onmogelijk is alles te beschrijven. Van eindeloze diarree en doodgebeten kippen tot brandende zon en schildpadhoofden — deze reis draag ik mijn leven lang met me mee.

Voor nu: mora mora (rustig aan). Morgen begint hoofdstuk 4: het tropisch eiland Mauritius, op slechts twee uur vliegen. Stay tuned!

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Copyright © 2021 Irene op reis.
Scroll naar boven